Baby Octopus

Toen ik op de middelbare school zat, was ineens Umberto Eco’s Slinger van Foucault een culthit. Het gerucht ging dat het een briljant boek was, maar ook dat het onleesbaar was. Een vriend, die zelf ook briljant was, ging zich eraan wagen. En? vroeg ik, heb je het uit? Wat vond je ervan? 

Tja, begon hij, je kunt het eigenlijk pas begrijpen na de tweede keer lezen. Oké, antwoordde ik, maar waar gaat het over? Hij: dat kan ik dus pas vertellen als ik het een tweede keer gelezen heb. En daar hield hij het bij. 

Deze truc ga ik nu herhalen: ik heb Ben Lerners roman 10:04 één keer gelezen. Het is briljant, maar waar het precies over gaat, kan ik niet zeggen. En omdat dit geen recensie maar een stukje is, hoeft dat ook niet. 

Een omschrijving in de trant van ‘auto-fictionele, experimentele roman over fictie en werkelijkheid’, doet geen recht aan de speelsheid en de humor van Lerners boek, en aan de geloofwaardigheid van de verteller. Dat laatste is vreemd genoeg vaak een probleem bij schrijvers die zichzelf (of hun alter ego) opvoeren als personage.

 Hier komt de binnenflap:

In the past year, the narrator of 10:04 has enjoyed unexpected literary success, been diagnosed with a potentially fatal heart condition, and been asked by his best friend to help her conceive a child. Now, in a New York of increasingly frequent superstorms and political unrest, he must reckon with his biological mortality, the possibility of a literary afterlife, and the prospect of (unconventional) fatherhood in a city that might soon be under water. 

Bij de eerste zin dacht ik meteen: fasten your seatbelts!

The city had converted an elevated length of abandoned railway spur into an aerial greenway and the agent and I were walking south along it in the unseasonable warmth after an outrageously expensive celebratory meal in Chelsea that included baby octopuses the chef had literally massaged to death.

Het belang van een geweldige eerste zin kan moeilijk overschat worden. Toch zit er een risico aan: dat de rest tegenvalt. Dat zal ik niet zeggen van 10:04, maar tegen het einde ontstaat er toch een gevoel dat het korter had gekund. Dat lijkt me sowieso een probleem voor dit soort semi-plotloze romans: wat hoort er nog bij, en wat niet? 

Misschien dat 10:04 zelfs na een tweede lezing niet goed valt samen te vatten. De roman spiegelt het verspreide bewustzijn van de octopus uit de beginscène, met tentakels die niet makkelijk af te bakenen zijn. De wereld herschikt zich steeds opnieuw rondom de associërende en twijfelende hoofdpersoon: wat is echt en wat is onecht, en welke rol speelt mijn bewustzijn daarbij? 

Is dit boek een aanrader? Dat ligt eraan. Wil je je literaire voer nerdy, associatief en poëtisch? Met geestige scenes in het masturbatorium van de fertiliteitskliniek, in het Museum of Natural History en in een Coöperatieve Eco-supermarkt in Brooklyn? Dan wel. 

De reden dat ik 10:04 nog maar één keer gelezen heb, is dat er nog zo veel boeken om mij heen liggen die erom vragen om gelezen te worden. Ik heb ook De slinger van Foucault in al die jaren nog niet gelezen. En nu ik het opzoek: dat boek valt wel degelijk samen te vatten. Alles valt natuurlijk samen te vatten, als je maar ver genoeg uitzoomt. Zelfs een roman van Ben Lerner: een roman van Ben Lerner.