Happy Chick

Albert Camus – by Anna Bolten

We moeten ons Sisyphus als een gelukkig mens voorstellen.

Dat schreef de Franse filosoof Albert Camus. De held uit de Griekse mythe was in opstand gekomen tegen de goden, en werd gestraft met zinloosheid: gedoemd om dag in dag uit een rots tegen een berg op te duwen, die vervolgens naar beneden rolde, waarop zijn zware taak opnieuw begon – tot in de eeuwigheid. Dit lot maakt Sisyphus tot de ideale absurde held; en ook wij, beweert Camus, moeten de absurditeit van ons leven omarmen en zo overwinnen.  

“Happy Chick” verder lezen

In Quarantaine

Philip Roth, Nemesis (detail)

Ik lees nu Nemesis van Philip Roth – een van de leestips van Michel Krielaars voor in tijden van Covid-19. Tijdens de bloedhete zomer van 1944 breekt in New Jersey een polio-epidemie uit. De jonge gymleraar Bucky Cantor begeleidt een groep kinderen op een openbaar speelveld in Newark. Hij probeert zo goed mogelijk voor de kinderen te zorgen, maar gaandeweg raken steeds meer kinderen besmet met polio en grijpt de angst voor het virus om zich heen.

Bij zijn wandeling langs de blokbewoners zag hij vrouwen zich koelte toewuiven met de papieren waaiers die een buurtstomerijtje gratis aan zijn klanten verstrekte, en zag hij arbeiders, net thuis van de fabriek, in hun onderhemd met elkaar zitten praten, en het woord dat hij keer op keer opving uit de flarden gesprek was, natuurlijk, ‘polio’. (p. 58)

“In Quarantaine” verder lezen

Ik ben regen

Marguerite Duras

Terwijl anderen deelnemen aan de Women’s March of evenementen bezoeken, breng ik deze Internationale Vrouwendag met een dekentje op de bank door. Hoestend, kuchend en piepend. Lezend, tv-kijkend, twitterend.

Ik lees de dichtbundel Kameleon van Charlotte van den Broeck. Deze debuutbundel, staat op de achterzijde, ‘onderneemt een roadtrip naar een mogelijke vrouwelijke identiteit, die ergens tussen lichaam en taal geconstrueerd wordt.’

“Ik ben regen” verder lezen

Baby Octopus

Toen ik op de middelbare school zat, was ineens Umberto Eco’s Slinger van Foucault een culthit. Het gerucht ging dat het een briljant boek was, maar ook dat het onleesbaar was. Een vriend, die zelf ook briljant was, ging zich eraan wagen. En? vroeg ik, heb je het uit? Wat vond je ervan? 

Tja, begon hij, je kunt het eigenlijk pas begrijpen na de tweede keer lezen. Oké, antwoordde ik, maar waar gaat het over? Hij: dat kan ik dus pas vertellen als ik het een tweede keer gelezen heb. En daar hield hij het bij. 

“Baby Octopus” verder lezen

Rooksignalen

W.F. Hermans, De laatste roker. Detail omslag.

Mijn rookverslaving is verleden tijd, gelukkig. Toch heb ik geen echte aversie tegen het roken, zoals sommige ex- en anti-rokers dat hebben. Aanvankelijk was ik dus ook niet van plan te gaan kijken naar Zomergasten, vorige week, met longarts Wanda de Kanter. Ik had geen zin in weer zo’n kruistocht. (Een begrijpelijke kruistocht, maar toch). Ik bleef niettemin kijken en het was niet slecht.

Zou Wanda de Kanter de poëzie van Rutger Kopland kennen?

Ken je het verlangen naar een sigaret, /
naar die gelukkige tijd dat je nog rookte?

“Rooksignalen” verder lezen