In Quarantaine

Philip Roth, Nemesis (detail)

Ik lees nu Nemesis van Philip Roth – een van de leestips van Michel Krielaars voor in tijden van Covid-19. Tijdens de bloedhete zomer van 1944 breekt in New Jersey een polio-epidemie uit. De jonge gymleraar Bucky Cantor begeleidt een groep kinderen op een openbaar speelveld in Newark. Hij probeert zo goed mogelijk voor de kinderen te zorgen, maar gaandeweg raken steeds meer kinderen besmet met polio en grijpt de angst voor het virus om zich heen.

Bij zijn wandeling langs de blokbewoners zag hij vrouwen zich koelte toewuiven met de papieren waaiers die een buurtstomerijtje gratis aan zijn klanten verstrekte, en zag hij arbeiders, net thuis van de fabriek, in hun onderhemd met elkaar zitten praten, en het woord dat hij keer op keer opving uit de flarden gesprek was, natuurlijk, ‘polio’. (p. 58)

Een week of drie geleden, toen de berichten over het coronavirus net iets serieuzer begonnen te worden, was ik aan het werk in een vrij kleine ruimte met twee andere vrouwen. Een van de aanwezigen was onbedaarlijk aan het niezen en hoesten. Ik wilde er wat van zeggen: ga naar huis, je leidt ons af en je steekt ons aan – maar ik deed het niet. Nu zou ik dat zeker wel doen; sterker, nu zou zij zelf waarschijnlijk niet hoestend en proestend aanschuiven.

Het gevolg is wel dat ik nu al ruim twee weken aan het hoesten ben. En ik neem het dat mens wel degelijk kwalijk dat ze die kleine ruimte zo heeft volgeproest dat ik nu met die scheurende hoest zit.

Of was zij het niet? Heeft iemand anders mij besmet? In Nemesis laat een moeder van twee besmette jongens haar woede los op Bucky Cantor, die zich van geen kwaad bewust is: 

Begrijpt u niet dat je in de zomer je hersens gebruikt met kinderen die rondhollen in de warmte? Dat je ze niet uit het openbare fonteintje laat drinken? Dat je erop let of ze druipen van het zweet? Weet u hoe je de ogen moet gebruiken die God u gegeven heeft en in het polioseizoen over kinderen moet waken? Nee! Nog geen minuut! (p.50)

Normaal zou ik met mijn verkoudheid naar al mijn afspraken gaan, maar nu ben ik al een paar weken voorzichtiger. Ik wil niet dat mensen mijn onschuldige bronchitis beantwoorden met een woedende of panische blik. 

Mijn vader is 83 jaar oud en bestookt mij met alarmerende coronaberichtjes. Ik begrijp zijn bezorgdheid. Toen hij acht jaar was en zijn kleine zusje vijf, kreeg ze TBC. Ze werd opgenomen in het sanatorium in Blaricum waar ze twee hele jaren in isolatie moest blijven. Mijn vader mocht niet mee op ziekenbezoek, hij stond buiten het sanatorium en keek omhoog naar de tweede verdieping waar zijn zusje vanachter het raam stond te zwaaien. 

Sinds kort gingen er geruchten dat het, als de epidemie verergerde, weleens onvermijdelijk kon worden alle speelplaatsen in de stad te sluiten om te voorkomen dat de kinderen daar in nauw contact met elkaar kwamen. (p. 56)

Nu, zondagavond 15 maart, klinkt dan eindelijk ook vanuit de overheid de oekaze die mijn vader al weken roept: Thuisblijven! Er moet nu iets gebeuren! Afstand houden!

Er kwamen geen protesten. Er kwamen helemaal geen opmerkingen. Ze zaten ernstig te luisteren en te knikken. Dit was voor het eerst sinds het begin van de epidemie dat hij [Bucky Cantor] hun angst bespeurde. Ieder van hen was wel meer dan oppervlakkig vertrouwd met een van de jongens die de vorige dag ziek waren geworden, en zoals ze het karakter van de dreiging eerst niet echt hadden doorzien, zo beseften ze nu eindelijk dat ze zelf kans hadden om polio te krijgen. (p. 66)

De afgelopen jaren heb ik genoeg boeken gehamsterd voor drie jaar. De coronacrisis zal geen drie jaar duren en misschien ook geen drie maanden. Maar de komende drie weken ben ik in ieder geval in quarantaine.