Postnihilistische pubers

Zodra je de eerste twee zinnen van deze dikke pil leest, weet je: dit wordt hard werken.

Wat als de nazaten van de nihilisten allang vertrokken waren uit de stoffige winkels van de religieuze koopwaar die we onze wereldbeschouwing noemen? Wanneer ze de half leeggeruimde pakhuizen van waarden en gewichtigheden, van het nuttige en noodzakelijke, het zuivere en juiste hadden verlaten om over wildpaden in de jungle terug te keren, daarheen waar we ze niet meer kunnen zien, laat staan bereiken? (p. 9)

De roman is al meer dan tien jaar geleden verschenen, maar ik las hem nu pas: Speeldrift van Juli Zeh (Spieltrieb, uit het Duits vertaald door John Breeschoten). Zeh wordt beschouwd als een van de belangrijkste hedendaagse schrijvers in Duitsland. Ze brak door met haar romandebuut Adelaars en engelen, en haar roman Ons soort mensen werd vorig jaar genomineerd voor de Europese literatuurprijs.

In Speeldrift volgen we de veertienjarige, hyperintelligente Ada die als nieuwe leerling begint op een gymnasium in Bonn, aan het begin van de 21e eeuw. Dat we alle hoop kunnen laten varen, wordt direct duidelijk gemaakt in een karakterschets die ik toch geestig vond:

Sinds Ada op twaalfjarige leeftijd op de gedachte was gekomen dat het zoeken naar zin slechts een afvalproduct van het menselijk denkvermogen was, werd ze als hoogbegaafd en moeilijk opvoedbaar beschouwd. (p. 13)

Ada en haar klasgenoot Alev maken deel uit van wat zij de post-nihilistische generatie noemen: voorbij het christendom, voorbij goed en kwaad, voorbij het nihilisme zelfs. Er is in hun belevingswereld geen ethiek meer; alleen nog maar de drift tot spelen.

Ada en Alev smeden een gevaarlijke, meedogenloze vriendschap, en vormen hun denken en hun speeldrift om in een wreed experiment met Smutek, de leraar Duits en Gymnastiek. Smutek is van oorsprong Pools en katholiek, en dat maakt hem tot een ideaal slachtoffer: iemand aan wie het nihilisme voorbij is gegaan.

De loodzware kost zit hem niet alleen in de wrede gebeurtenissen, maar vooral in de nietsontziende mentaliteit van de pubers, die geen empathie tonen voor zichzelf of voor anderen. Zo weigert Ada het (nabije) verleden te laten voortbestaan in haar denk- en gevoelswereld; ze categoriseert alles wat tot het verleden behoort direct als voorbij en weg:

Niets van wat in de laatste maanden gebeurd was, had haar in haar eer aangetast. [De gebeurtenissen] hadden zich aan de buitenste rand van haar persoonlijkheid afgespeeld, waren telkens weer meteen verleden tijd geweest en niet gevoelig voor een correctie. Aangeraakt is gespeeld. (p. 403).

Zeh schrijft bepaald geen korte-zinnetjesproza; met haar complexe zinnen en spetterende metaforen pakt ze ongegeneerd uit.

De schelle klanken van de schoolbel brachten de menselijke patronen op het plein in beweging als de velden van een caleidoscoop. De leerlingen verdeelden zich in drie stromen, die naar de verschillende ingangen van het gebouw toe liepen. Vier personen bleven over en zagen eruit als een groepje trekvogels dat de aansluiting met de formatie verloren heeft en zich beraadt op een nieuwe route. (p. 47)

De roman is bij verschijning alom bejubeld, en inderdaad, Speeldrift maakt indruk met de ongelooflijke rijkdom aan ideeën. Zeh verweeft schijnbaar moeiteloos ideeën van Freud, Nietzsche en Aristoteles binnen een enkele alinea. Het verhaal is ook nog eens spannend en onderhoudend.

Is de roman daarmee een aanrader? Niet per se.

Zehs wijdlopige, bloemrijke stijl zal niet iedereen aanspreken. Belangrijker is dat de personages niet als echte mensen worden neergezet, maar fungeren als stukken in een filosofisch ideeënbouwwerk. Neem de meedogenloosheid van Ada en Alev. Hoezeer pubers ook meesters zijn in het doordrijven van een gedachtengang, en in het vellen van harde oordelen, het categorische ontbreken van ieder (zelf-)medelijden lijkt niet helemaal geloofwaardig. Empathie is tenslotte niet alleen een filosofisch begrip maar vooral een psychologisch, zelfs biologisch fenomeen. Ook de manier waarop Ada, die eerder toch als gevoelig en intelligent is geschetst, een forse mishandeling van zich afschudt – I don’t buy it.

Maar misschien is dat geen probleem binnen de context van deze roman, waarin de ideeën belangrijker zijn dan het verhaal. Het hangt af van je romanopvatting. Moet een roman de lezer laten meeleven met personages, de lezer transporteren (en al doende ideeën overbrengen)? Dan kun je je beter onderdompelen in een verhaal als Manhattan Beach van Jennifer Egan, om maar een recent boek te noemen.

Vind je dat de roman vooral een vehikel moet zijn voor filosofie en engagement? En ben je bereid om link te ploeteren voor een kunstwerk van taal en ideeën? Dan is het meesterlijke Speeldrift een feest.