Springlevende Klont

Wie verwacht in Klont van Maxim Februari een pamflet tegen een gedataficeerde toekomst te treffen, komt bedrogen uit. Februari schrijft daarvoor te ironisch, te lichtvoetig. En bovendien, het verhaal draait voor een belangrijk deel ook om de personages, hun ego’s en hun gerommel.   

Alexei Krups was een charlatan. Bij alle grote verhalen die hij vertelde, alle echt interessante commentaren op de toekomst, was het onthutsend te zien hoe klungelig de fouten waren die hij maakte, hoe onnozel zijn verzinsels waren. En dit was tegelijk leerzaam, want je kon je realiseren hoe typerend het was voor de mensheid in het algemeen: om met de snelheid van het licht vooruit te schieten en dan te struikelen over pietluttigheden, kleinzerigheden, imperfecties uit ijdelheid, kwetsuren van het ego. De mens was niet alleen koning van de oneindige ruimte, maar ook slaaf van zijn eigen minderwaardigheid. (p. 234)

Februari schetst een dystopische maatschappij waarin de werkelijkheid (de dingen de mensen, de beslissingen van de mensen) gaandeweg wordt vervangen door de data over die mensen en dingen. Het ziet ernaar uit dat een verzameling losgeslagen data, de Klont, het individu en de vrijheid aan het bedreigen is.

Het verhaal van Klont ontrolt zich grotendeels via de twee personages Bodo Klein (in de derde persoon) en Alexei Krups (in ik-perspectief).

De charismatische Alexei Krups, opportunistische oplichter die het internet afstruint om zo bij elkaar gegraaide semi-academische praatjes te kunnen houden voor een gebiologeerd publiek, opent zijn lezingen steeds met een passage over de dood van de roman. Hij komt er gaandeweg achter wat zijn eigen bij elkaar geplagieerde lezingen nu eigenlijk betekenen.

En toen, vijf minuten later, in de hal, wachtend op de taxi die me naar de studio moest brengen, kreeg ik dus alsnog mijn grote inzicht. De klont is niet een verzameling data en botsende algoritmes! Het is een duplicaat, een kloon, een alternatieve wereld! Een spiegelwereld die is losgeraakt en zelfstandig door de kosmos zweeft! (p.148)

De klont, eerst voorgesteld als de vijand, opgekomen door de dataficering van de werkelijkheid, blijkt hier een duplicaat, een soort losgezongen spiegelwereld – een roman? Hiermee stuiten we op nog een thema van Klont: het belang van de roman, ook (juist) in de tijd van dataficering. Zoals Alexei tegen het einde verkondigt:

Ik bedacht dat ik de dinergasten die avond zou vertellen over de dehumanisering, dat we worden gestuurd door een nieuwe ratio, die niet voortkomt uit de menselijke natuur, of uit de natuur überhaupt, maar uit een nieuwe desinteresse van de mens in betekenis. De roman is tegenwoordig nog de enige machine die betekenis zoekt in een vat vol gegevens. (p.226)

Krups is weliswaar een oplichter, maar hij heeft heel wat interessants te vertellen, tot hij wordt ontmaskerd door (de kring rond) Bodo Klein.

Bodo Klein is een wat minder spectaculair personage; deze adviseur van het ministerie van veiligheid wordt neergezet als een schuchtere, bedachtzame man, die ondanks een encrypted afscheidsbrief afziet van zijn besluit om zich van het leven te beroven. In zijn tijdelijke afwezigheid, in verband met die niet gepleegde zelfmoordpoging, moet hij er voor zijn minister achter komen hoe het nou precies zit met die Klont, en met de praatjes van Krups.

Februari laat in deze roman een heel eigenzinnige stijl zien. De hoofdstuktitels lijken uit 19e-eeuwse realistische romans te komen (‘Alexei Krups wordt licht in het hoofd’), en gaan hand in hand met een wat afstandelijke, lichtvoetige stijl; tegelijk is er de grofgebekte, fragmentarische spreektaal, en zijn er de plastische beschrijvingen (van de overstroming van het riool, van een moddervette onderzoekster, etc) die, in een mooi contrast met de dataficering van de werkelijkheid, alles juist heel ‘echt’ maken. Een springlevende roman.